Nieuws
  • Register

Ieder heeft van die fases in zijn leven dat hij/zij aan het opruimen gaat. Een mens is immers geneigd om veel te bewaren en je moet je wel eens afvragen wat er met je archieven, in dit geval wielerarchieven, gaat gebeuren wanneer je het heden met het eeuwige hebt verwisseld. Daarom is het goed om er zelf maar eens de bezem door te halen. Inventariseren wat je hebt, wat weg kan en wat mag blijven. Zo zit het spelletje in elkaar. Maar zo gemakkelijk is het ook weer niet, want je zou het in de toekomst nog eens nodig kunnen hebben. Gelukkig hebben we tegenwoordig Google, waar al je vragen worden oplost. Voor me liggen enkele plakboeken uit de jaren 1985 tot 1990 wanneer ik als supporter naar Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik ga om te fotograferen. Later worden je foto's ontwikkeld en met krantenknipsels maakte je in die tijd een plakboek. Geweldig om weer eens door te bladeren. Weggooien? Geen sprake van. De herinneringen komen weer boven. Je beleeft die dagen weer en je foto's ondersteunen alles. Misschien kijken mijn kinderen er later ook wel in wat hun vader allemaal aan zich heeft voorbij zien trekken en op de gevoelige plaat (zoals dat vroeger werd genoemd) heeft vastgelegd.

 Côte de Chambralles

Die plakboeken zijn nu een geweldige informatiebron. Je hebt meteen alles bij de hand. Al bladerend kom ik terecht bij 15 april 1990. We staan op de Côte de Chambralles in afwachting van de mannen die strijden om de winst in de 79e Luik-Bastenaken-Luik. De renners hebben dan elf kilometer eerder de Côte de la Redoute beklommen. Wanneer ze de top van de Chambralles bereiken (lengte 1550 m., gem. stijging 9,5%, max. stijging 20%, hoogteverschil 147 m.) hebben ze 222,5 km achter de rug en zijn er naar Luik nog 33,5 km te gaan met passages van de Côte de Fraiture en de Côte des Forges. Het is voor de tweede keer (na 1989) dat de Chambralles in het routeschema is opgenomen. We weten totaal niet wat er komen gaat. Komt er een grote groep of een eenzame renner? Informatie hebben we niet. Dan komt de helikopter in de lucht en de Rodania wagen met de klok er op die je al van ver hoort aankomen. De luidsprekers laten  r-o-d-a n-i-a klinken. Dan komt er een eenzame koploper van de Toshiba ploeg. In de krant die we bij ons hebben checken we zijn rugnummer en zien we dat het Jean-François Bernard is.  Dan komt er een groep van acht renners onder aanvoering van de Panasonic renner Gert-Jan Theunisse (Panasonic).

Bernard zal op de Côte de Fraiture worden ingelopen en als 24e op 06'03" eindigen achter winnaar Eric Van Lancker. (Panasonic).

Jean-François Bernard

Dan komt natuurlijk de vraag: wie is die Jean-François Bernard?  Hij wordt in 1962 geboren in Luzy (dep.58  Nièvre) in het Regionaal Natuurpark Morvan. In 1984 wordt hij beroepsrenner bij La Vie Claire, de ploeg van onder andere Bernard Hinault. Bernard  is vooral sterk in het rijden van prologen en tijdritten. Zo wint hij in 1986 de prologen in de Ronde van Armor, Ronde van Romandië en de Dauphiné Libéré, maar ook de rit Nîmes-Gap (246,5 km) in de Tour de France. In 1987 is er winst in de rit Trescore Balneario-Madesimom (160 km) in de Giro en in twee Tourtijdritten: 18e rit tussen Carpentras en de Mont-Ventoux (36,5 km) en de 24e rit in Dijon (38 km). Hij eindigt dat jaar ook als derde in het eindklassement achter Stephen Roche en wordt winnaar van de zogenaamde lapjestrui (combinatietrui van beste klassering in de drie klassementen: algemeen, berg en punten).

Dan nog even het verhaal van zijn winst in de tijdrit op de Mont-Ventoux. Hij rijdt op een tijdritfiets naar de voet van de klim en wisselt dan van fiets. Hij bereikt de top in een tijd van 58'02" en wordt ook gele truidrager. Sneller in wedstrijdverband is dan nog niemand geweest. Daags daarna verliest hij de trui door pech in de rit naar Villard-de-Lans.

Bij zijn tweede deelname aan de Giro d ‘Italia in 1988 wint hij in Urbino de negen kilometer lange openingstijdrit en is drie dagen roze truidrager. De achtste en de vijftiende rit worden eveneens door hem gewonnen. Daarna stapt hij uit de wedstrijd na een valpartij in een onverlichte tunnel. In de Vuelta a España wint hij op 8 mei 1990 de tijdrit Ezcary-Valdezescary over een afstand van 24 kilometer. Hij kan zich nu in het rijtje scharen van de renners die in alle drie de grote ronden ritten hebben gewonnen. Tussen 1991-1994 rijdt hij voor de Spaanse Banesto ploeg als meesterknecht van Miguel Indurain. Hij vult zijn erelijst onder andere nog aan met eindwinst in Parijs-Nice (1992) Critérium International (1992) en Omloop van de Sarthe (1992, 1993). Met andere woorden ons "fotomodel" in Luik-Bastenaken-Luik is geen kleine jongen in de wielrennerij geweest.

 Cyclosportieve.

In Corbigny wordt elk jaar  de cyclosportieve "La Jean-François Bernard" georganiseerd over afstanden van 136, 95 km 73 km, hoogteverschillen resp. 2267, 1547 en 985 meter. Tevens is er een parcours, een zogenaamde rando verte, langs het Canal du Nivernais over 37 km met slechts 287 hoogtemeters. Gewoon ontspannen fietsen en niet voluit op de pedalen voor goud, zilver of brons. (zie www.jeanfrancvoisbernard.fr). Op 4 september 2022 wordt de eerstvolgende editie georganiseerd.

 

De plakboeken gaan het archief weer in! Wie weet zal ik het ooit nog eens nodig hebben.

 

Tekst en beeld: Teus Korporaal

S5 Box