Nieuws
  • Register

Lotto-Soudal-renster Lieselot Decroix hangt na dit seizoen haar fiets aan de spreekwoordelijke haak.

“Vorig jaar wou ze dat eigenlijk al doen, maar we konden haar toch overtuigen om nog een jaartje verder te gaan”, zei Liesbet De Vocht, manager bij Lotto-Soudal bij het begin van het seizoen.

 

Nu het seizoen op zijn einde loopt vonden wij het hoog tijd om Lieselot zelf aan het woord te laten over verleden, heden en toekomst.

 

Lieselot om met de deur in huis te vallen, ben je nog niet van gedacht veranderd, ga je er echt mee stoppen na dit seizoen?

- Zeer zeker!

 

 

Je werd niet gespaard in je carrière, blessures en ziektes waren meer dan je deel, had je niet al vroeger twijfels om er mee door te gaan?
- Ik heb verschillende keren aan stoppen gedacht; een eerste keer in de zomer van 2011 toen ik in Bira mijn sleutelbeen brak en voor de rest van de zomer nergens meer door mijn toenmalige ploeg werd opgesteld. Daardoor zat ik niet goed in mijn vel. Het jaar nadien, in 2012, was ik net afgestudeerd en wilde ik even alles op de koers zetten om nog eens naar de OS te gaan (toen in Londen). Ik kreeg echter het hardnekkig cytomegalovirus en in mei reed ik de laatste koers van het seizoen. Ik was constant moe. Toen heb ik beslist om fulltime te gaan werken als wetenschapper, en dan heb ik wel gedacht om volledig te stoppen met koersen. Uiteindelijk voelde ik de energie terugkomen in de winter van
2012-2013, en besloot ik om toch door te gaan, weliswaar op een lager niveau (bij het Cyclelive Zannata Team i.p.v. Dolmans Boels) gezien de combinatie met mijn full-time job. Na mijn zwaar verkeersongeval in 2013 dacht ik aanvankelijk dat ik nooit meer zou koersen.
Na elke tegenslag, had ik echter de fiets nodig om er terug bovenop te komen. Vanaf ik me fysiek weer wat beter voelde, kroop ik op de fiets waardoor ik ook mentaal de kracht had om de revalidatie aan te kunnen. Vanaf 2014 begon ik mijn doctoraat in Brussel en sinds dan speelde ik met de gedachte om te stoppen, omdat ik elke dag 4u pendel en pas om 19u aan trainen toekom. Mentaal weegt dat zwaar, zeker omdat ik realiseer dat ik met een minimum aan training het niveau niet meer kan halen van weleer. Vorige zomer was ik er, na de zoveelste gezondheidsproblemen opnieuw klaar mee. Maar een sterk einde van het seizoen (9e in Ronde van België), het feit dat mijn vriend Hannes ook wilde beginnen koersen (en dus samen trainen) en dat ik me heel goed voelde in mijn ploeg, heeft me toen doen inzien dat ik nog
veel plezier in het koersen had en toch nog één seizoen wilde doorgaan.

 

DSC 0411

 

Vind je koersen dan nog altijd even leuk of ben je er stilaan op uitgekeken?
- Het koersen zelf, op internationaal niveau althans, vind ik nog altijd heel leuk, al is het natuurlijk leuker om zelf mee te doen voor de prijzen zoals vroeger, dan in de finale te moeten lossen. Maar ik haal vooral heel veel voldoening uit mijn rol als ploegkapitein. Wat ik niet meer leuk vind, is om elke avond, na een lange werkdag, nog te MOETEN trainen. Opofferingen die vroeger evident waren, vind ik nu ook moeilijker.

 

Is het dameswielrennen de laatste jaren fel geëvolueerd?
- Jazeker, ik heb 10 jaar in het profpeloton gereden en het niveau is er zeker niet op achteruitgegaan. Alhoewel men vaak zegt dat het dameswielrennen professioneler wordt, vind ik dat niet helemaal waar. Pakweg 5 of 10 jaar geleden waren er bepaalde ploegen ook al zeer professioneel bezig, alleen waren dat enkel de topploegen (zoals ik heb ervaren bij Cervelo) en kwamen andere ploegen heel wat achterop. Nu komen er meer en meer ploegen met een groot budget die professioneel te werk gaan en waar veel meisjes een loon hebben, maar de meerderheid blijft nog steeds “anders”. Als je bv. kijkt in België zijn er nu meer UCI ploegen, maar het niveauvan die ploegen is, met alle respect, nog altijd niet World Tour waardig. Met de World Tour willen ze vanuit de UCI meer professionalisme in het dameswielrennen introduceren, maar ze vergeten dat de meeste ploegen daar nog geen budget voor hebben (om bv. én naar China, én naar Tour of California te reizen, én alle rensters een minimumloon te geven). Ik denk dat de UCI eerst moet doorduwen om het dameswielrennen nog meer “in the picture” te brengen.
Dit kan door meer grote wedstrijden op dezelfde dag als de mannen te organiseren. Zo wordt het voor sponsors interessanter om te investeren in dameswielrennen. Daardoor zullen budgetten automatisch stijgen, en zal het misschien wel mogelijk zijn voor méér ploegen om ook alle rensters lonen uit te betalen én alle wedstrijden te rijden.

 

... Heb je nog dromen in het wielrennen? Vind je je carrière geslaagd? Heb je er alles uitgehaald?

 

Lees het volledige interview met het Intellect van het damespeloton in het laatste CyclelivePlus Magazine!

 

FOTOS: Paul Hinninck

 

133

CoalaWeb Social Tabs

S5 Box

Login